ECLI:NL:CRVB:2020:2031
Centrale Raad van Beroep · 27-08-2020 · zaaknummer 19/4565 AW
Inhoudsindicatie
Verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 december 2018. De Raad is, met het college en anders dan verzoeker, van oordeel dat niet aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb is voldaan. De processen-verbaal, waaronder die van N, waren al voor de uitspraak van de Raad bij verzoeker bekend dan wel hadden bij hem redelijkerwijs bekend kunnen zijn. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarde onder b. Het arrest van het hof is van na de uitspraak van de Raad, zodat niet aan de voorwaarde onder a is voldaan. Overigens is evenmin aan de voorwaarde onder c voldaan, nu de vier gedragingen, waarvan de Raad heeft geoordeeld dat die terecht aan het strafontslag ten grondslag zijn gelegd, in zowel feitelijk als juridisch opzicht in relevante mate verschillen van hetgeen hem strafrechtelijk ten laste is gelegd en waarvan het hof hem heeft vrijgesproken. De Raad herhaalt tot slot zijn vaste rechtspraak (zie onder meer de uitspraak van 5 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:319) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
