ECLI:NL:CRVB:2020:2006
Centrale Raad van Beroep · 26-08-2020 · zaaknummer 19/2039 WMO15
Inhoudsindicatie
Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij de aanvraag van 7 februari 2017 met de omschrijving “deur/goede woning” doelde op een elektrische deuropener zoals opgenomen in de aanvraag van 4 april 2018. Met juistheid heeft de rechtbank dan ook overwogen dat de besluitvorming van het college naar aanleiding van die laatste aanvraag geen onderdeel is van het geschil zoals dat voorlag. Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat het college bij besluit van 2 maart 2018 een besluit heeft genomen op de aanvraag van appellant van 7 februari 2017. Eveneens met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat het klemmen van de deur en het straatwerk reeds in 2017 waren hersteld in opdracht van en op kosten van [woningcorporatie] . Het verzoek om schadevergoeding wordt dan ook afgewezen, reeds omdat geen sprake is van enige onrechtmatigheid. Nu het college binnen twee weken na de ingebrekestelling van 21 februari 2018 het besluit van 2 maart 2018 heeft genomen, is er ook geen aanleiding voor het verbeuren van een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen. Hoger beroep slaagt niet.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
