ECLI:NL:CRVB:2020:2004
Centrale Raad van Beroep · 26-08-2020 · zaaknummer 19/2803 WSF
Inhoudsindicatie
Met de rechtbank wordt geoordeeld dat de minister met de bevindingen van het huisbezoek aannemelijk heeft gemaakt dat appellant niet woonde op het brp-adres. Bij een gesteld hoofdverblijf op een adres valt redelijkerwijs te verwachten dat zich in de woning op dat adres (een aantal) specifiek tot deze persoon te herleiden spullen bevinden. De hoofdbewoonster heeft de controleurs echter helemaal niets kunnen tonen dat het persoonlijke stempel van appellant draagt. Zij heeft de controleurs geen studiespullen, geen post of administratie of andere persoonlijke spullen van appellant kunnen tonen. Tenslotte wordt overwogen dat appellant geen enkel bewijs heeft overgelegd van een beweerdelijk door de gemeente gedane mededeling.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
