ECLI:NL:CRVB:2020:1975
Centrale Raad van Beroep · 24-08-2020 · zaaknummer 18/3739 AOW
Inhoudsindicatie
Aan het toekenningsbesluit van 11 oktober 2016 heeft ten grondslag gelegen de brief van 29 juli 2014 van PME, waarbij aan [naam X] met ingang van 1 juli 2008 een ouderdomspensioen is toegekend. De Svb heeft voorafgaand aan het toekenningsbesluit onderzoek gedaan naar de periode van pensioenopbouw van [naam X] bij PME. De Svb heeft het daarom niet aannemelijk geacht dat de persoon die bij PME bekend is als [naam X] , dezelfde persoon is als appellant. De Raad volgt de Svb in deze conclusie. Doorslaggevend daarvoor is dat meerdere gegevens van [naam X] en appellant niet overeenkomen. Het enkele feit dat niet aannemelijk is te achten dat appellant en [naam X] niet dezelfde persoon zijn kan echter niet zondermeer tot de conclusie leiden dat appellant niet verzekerd is geweest voor de AOW. Belastend besluit. Ter zitting is door de Svb deze bewijslast erkend en is aangegeven dat het standpunt dat appellant niet verzekerd is geweest voor de AOW steun moet kunnen vinden in meerdere bewijsstukken. Nu het aan de Svb is aannemelijk te maken dat het oorspronkelijke toekenningsbesluit onjuist was, moet ook aannemelijk worden gemaakt dat appellant niet verzekerd is geweest voor de AOW. De Svb is hierin niet geslaagd. Dat betekent dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven en dat de rechtbank ten onrechte het beroep ongegrond heeft verklaard. De aangevallen uitspraak zal dan ook worden vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Het bezwaar tegen het oorspronkelijke toekenningsbesluit van 11 oktober 2016 wordt ongegrond verklaard, nu op grond van de thans bekende gegevens niet aannemelijk is gemaakt dat appellant meer dan één jaar verzekerd is geweest voor de AOW en de Svb bij de vaststelling van de ingangsdatum van het ouderdomspensioen mocht uitgaan van het herzieningsverzoek van appellant met enige bewijsstukken van december 2012. 4.7. Nu het aan de Svb is aannemelijk te maken dat het oorspronkelijke toekenningsbesluit onjuist was, moet ook aannemelijk worden gemaakt dat appellant niet verzekerd is geweest voor de AOW. De Svb is hierin niet geslaagd. Uit de onder 4.6 genoemde bewijsstukken, in samenhang bezien, is aannemelijk te achten dat appellant in ieder geval gedurende één of meer dagen verzekerd is geweest voor de AOW. Dat betekent dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven en dat de rechtbank ten onrechte het beroep ongegrond heeft verklaard. De aangevallen uitspraak zal dan ook worden vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Het bezwaar tegen het oorspronkelijke toekenningsbesluit van 11 oktober 2016 wordt ongegrond verklaard, nu op grond van de thans bekende gegevens niet aannemelijk is gemaakt dat appellant meer dan één jaar verzekerd is geweest voor de AOW en de Svb bij de vaststelling van de ingangsdatum van het ouderdomspensioen mocht uitgaan van het herzieningsverzoek van appellant met enige bewijsstukken van december 2012.
Rechters
Advocaten
- C.A.J. de Roy van Zuydewijn
- W. van den Berg
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
