ECLI:NL:CRVB:2020:1946
Centrale Raad van Beroep · 20-08-2020 · zaaknummer 18/5643 WIA
Inhoudsindicatie
Hetgeen appellant heeft aangevoerd in hoger beroep vormt in essentie een herhaling van gronden die hij reeds in beroep naar voren heeft gebracht. Andere gronden dan hij reeds in beroep naar voren heeft gebracht, heeft appellant niet ingediend. Evenmin heeft appellant deze gronden anders onderbouwd dan hij in beroep heeft gedaan. Appellant heeft ook geen nieuwe stukken ingediend die zijn gronden nader ondersteunen. De rechtbank heeft deze gronden op juiste wijze besproken en voldoende gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank over die gronden en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen en maakt deze tot de zijne. Hieraan wordt toegevoegd dat appellant ook in hoger beroep niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij eerder dan op 30 augustus 2017 digitaal een WIA-aanvraag bij het Uwv heeft ingediend. Uit de door appellant overlegde afdruk van de aanvraag van 9 juli 2017 kan op zichzelf niet worden afgeleid dat de aanvraag daadwerkelijk is verzonden. Terecht heeft de rechtbank appellant niet gevolgd in zijn stelling dat uit het enkele gegeven dat hij de aanvraag heeft kunnen printen blijkt dat die is ingediend. Appellant is er voorts niet in geslaagd zijn stelling te onderbouwen dat het digitale systeem van het Uwv een zodanige onduidelijkheid creëert die in zijn geval voor rekening zou moeten komen van het Uwv.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
