ECLI:NL:CRVB:2020:1939
Centrale Raad van Beroep · 20-08-2020 · zaaknummer 19/1532 WAO
Inhoudsindicatie
Het Uwv heeft het verzoek van appellant van 10 januari 2018 opgevat als een aanvraag om hem een WAO-uitkering toe te kennen, nadat hij de wettelijke wachttijd van 52 weken na de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid per 12 oktober 1993 heeft doorgemaakt. Het Uwv heeft de aanvraag afgewezen, omdat uit de overgelegde medische informatie niet blijkt dat appellant in de genoemde periode arbeidsongeschikt was. Zoals de rechtbank met juistheid heeft overwogen moet appellant, nu het gaat om een aanvraag die betrekking heeft op een periode ruim in het verleden, met objectieve medische informatie aannemelijk maken dat hij 52 weken arbeidsongeschikt is geweest en dat na afloop van die periode nog steeds was. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De Raad is het eens met de overwegingen van de rechtbank. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
