ECLI:NL:CRVB:2020:1899
Centrale Raad van Beroep · 18-08-2020 · zaaknummer 18-3957 WIA
Inhoudsindicatie
De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat zij in beroep naar voren heeft gebracht. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het onderzoek door het Uwv zorgvuldig is geweest en dat geen aanleiding bestaat te twijfelen aan de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden onderschreven en maakt de Raad tot de zijne. Ook in hoger beroep heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport van 5 december 2018 gemotiveerd en inzichtelijk toegelicht dat voor het aannemen van psychische beperkingen op de datum in geding geen aanleiding bestaat. Uit de beschikbare medische stukken in het dossier valt niet af te leiden dat appellante eerder dan december 2017 ernstige psychische klachten had. Appellante heeft geen nadere medische stukken overgelegd ter onderbouwing van haar standpunt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
