ECLI:NL:CRVB:2020:1836
Centrale Raad van Beroep · 12-08-2020 · zaaknummer 19/1069 ZW
Inhoudsindicatie
De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van de gronden die zij in beroep bij de rechtbank naar voren heeft gebracht. Zij heeft gesteld dat het bestreden besluit berust op een onvoldoende medische grondslag en dat zij vanaf 7 februari 2018 niet in staat was een van de geselecteerde functies te verrichten. Appellante heeft in hoger beroep, net als in beroep, geen nieuwe medische gegevens overgelegd die haar stelling kunnen ondersteunen. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellante afdoende besproken en met juistheid geoordeeld dat de desbetreffende gronden niet slagen. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden geheel onderschreven. De rechtbank wordt tot slot gevolgd in het oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat appellante per 7 februari 2018 in staat moet worden geacht tenminste één van de in het kader van de eerdere WIA-beoordeling geselecteerde functies te vervullen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
