ECLI:NL:CRVB:2020:1828
Centrale Raad van Beroep · 12-08-2020 · zaaknummer 19/2305 WIA
Inhoudsindicatie
Met de rechtbank wordt geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de conclusies van het medisch onderzoek door het Uwv. De rechtbank heeft terecht de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep gevolgd dat het rapport van PsyM vanwege de onderzoeksdatum van beperkte waarde is. De stelling van appellant dat de rechtbank ten onrechte doorslaggevende waarde heeft toegekend aan de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep wordt dan ook niet gevolgd. Met de op de FML aangenomen forse beperkingen in de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren is appellant niet te kort gedaan. Met de rechtbank wordt ook de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep om geen extra lichamelijke beperkingen en geen urenbeperking aan te nemen voldoende inzichtelijk geacht. Appellant heeft onvoldoende onderbouwd dat op datum in geding zijn matige cardiale conditie, in combinatie met de goed gereguleerde diabetes, leidt tot een zodanig verminderd inspanningsvermogen dat er reden is voor een urenbeperking. Uitgaande van de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit wordt de rechtbank ook gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellant geschikt zijn.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
