ECLI:NL:CRVB:2020:1790
Centrale Raad van Beroep · 31-07-2020 · zaaknummer 19/31 AOW
Inhoudsindicatie
Vaste rechtspraak over het begrip duurzaam gescheiden leven als bedoeld in artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW. Daarbij zijn de feitelijke omstandigheden bepalend voor de beoordeling of sprake is van duurzaam gescheiden leven. Het gaat hier om de situatie in maart 2018. Appellanten waren toen gehuwd. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellanten er niet in zijn geslaagd aannemelijk te maken dat sprake is van de uitzonderingssituatie dat zij duurzaam gescheiden leefden en om die reden als ongehuwd moeten worden aangemerkt. De Raad twijfelt er niet aan dat appellanten eind december 2017 uit elkaar wilden gaan, waarbij overigens in eerste instantie nog niet werd gekozen voor een formele echtscheiding. Feitelijk is er echter nog geruime tijd sprake geweest van financiële verwevenheid. Verder was er eind maart 2018 nog een zekere mate van onderling contact en wederzijdse zorg. Dat is begrijpelijk en getuigt van zorgvuldigheid na een zo lange relatie.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
