ECLI:NL:CRVB:2020:1755
Centrale Raad van Beroep · 05-08-2020 · zaaknummer 19/899 WSF
Inhoudsindicatie
Wat in hoger beroep is aangevoerd is een vrijwel woordelijke herhaling van wat in (bezwaar en) beroep is aangevoerd. De rechtbank heeft de beroepsgronden gewogen en daarover een gemotiveerd oordeel gegeven. Uit het hoger beroepschrift blijkt niet waarom dat oordeel niet juist zou zijn. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de motivering die daaraan ten grondslag is gelegd. Daaraan wordt het volgende toegevoegd. Ten tijde van het huisbezoek zijn er nauwelijks tot appellant te herleiden spullen aangetroffen, terwijl de kamer, getuige de plaatsing van een nieuwe kast op die kamer door de hoofdbewoners en het daarin opbergen van eigen spullen, (ook) in gebruik was bij de hoofdbewoners. Bovendien zijn op de kamer medicijnen van een van de hoofdbewoners aangetroffen, wat een contra-indicatie is voor het gebruik van die kamer door appellant, verwijzing naar vaste rechtspraak van de Raad. De verklaringen van de hoofdbewoners kunnen weinig afdoen aan de feitelijke constateringen ten tijde van het huisbezoek.
Rechters
Advocaten
- E.H.A. van den Berg
- J.J.E. Stout
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
