ECLI:NL:CRVB:2020:1641
Centrale Raad van Beroep · 29-07-2020 · zaaknummer 17/6906 ZW
Inhoudsindicatie
ZW-dagloon onjuist vastgesteld. Nu het aantal dagloondagen op grond van artikel 12e, eerste lid van het Dagloonbesluit nul is, dient het dagloon, anders dan het Uwv meent, te worden vastgesteld op grond van het zevende lid van dit artikel. Op grond van het zevende lid dient te worden uitgegaan van het overeengekomen loon en het aantal dagloondagen in het aangiftetijdvak waarin de ziekte is ingetreden. Daarmee wordt voorkomen dat het feit dat geen loon in de referteperiode is genoten, maar wel loon in de korte periode erna tot aan de uitval wegens ziekte, ertoe zou leiden dat het dagloon op nul wordt vastgesteld. Het in deze situatie op grond van het zevende lid berekende dagloon zal doorgaans wel een redelijke afspiegeling zijn van het loon van de werknemer voorafgaand aan de verzekerde gebeurtenis, te weten de uitval wegens ziekte. De Raad stelt het dagloon voor de ZW-uitkering vast op € 98,83.
Rechters
Advocaten
- H. Tadema
- L. den Hartog
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
