ECLI:NL:CRVB:2020:1618
Centrale Raad van Beroep · 29-07-2020 · zaaknummer 18/5599 ZW
Inhoudsindicatie
Het verzoek van appellant strekt ertoe dat het Uwv terugkomt van zijn besluit van 15 februari 2006. Ter ondersteuning van zijn verzoek van 13 juli 2017 heeft appellant aangevoerd dat uit de informatie van de psychiater van 22 juni 2017 blijkt dat appellant mogelijk al in 2006 psychotisch was en dat de verzekeringsartsen de diagnose schizofrenie hebben gemist. Dit zijn geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden, aangezien de door de psychiater gestelde waarschijnlijkheidsdiagnose schizofrenie niet doorslaggevend is bij het vaststellen van de belastbaarheid. Zoals de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 4 december 2017 inzichtelijk uiteen heeft gezet, richt de beoordeling van de belastbaarheid zich op stoornissen en beperkingen vanuit welke diagnose dan ook. Het Uwv mocht het verzoek van appellant van 13 juli 2017 dan ook afwijzen met verwijzing naar zijn besluit van 15 februari 2006. In wat appellant heeft aangevoerd wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre evident onredelijk is.
Rechters
Advocaten
- I.M. Veringmeijer
- S. Karkache
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
