ECLI:NL:CRVB:2020:1610
Centrale Raad van Beroep · 27-07-2020 · zaaknummer 18/4962 ZW
Inhoudsindicatie
De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd. De rechtbank wordt gevolgd in haar oordeel dat het medisch onderzoek door het Uwv zorgvuldig is geweest en dat er geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsartsen. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellant afdoende besproken en terecht geoordeeld dat de desbetreffende gronden niet slagen. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden geheel onderschreven. Daaraan wordt toegevoegd dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep overtuigend heeft toegelicht dat op de datum in geding geen reden was om voor appellant meer beperkingen op te nemen in verband met zijn rugklachten. Appellant heeft zijn stelling, dat niet alleen hijzelf maar ook de behandelend neuroloog van mening is dat hij niet meer dan tien minuten kan lopen, niet onderbouwd met een verklaring waaruit dit blijkt.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
