ECLI:NL:CRVB:2020:1609
Centrale Raad van Beroep · 28-07-2020 · zaaknummer 18/2992 WBQA
Inhoudsindicatie
Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van wat zij in beroep naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft de beroepsgronden afdoende besproken en met juistheid geoordeeld dat deze gronden niet slagen, omdat het onderzoek door het Uwv zorgvuldig is geweest en er geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de medische en arbeidskundige conclusies. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden onderschreven. Daaraan wordt toegevoegd dat appellante bij haar aanvraag en bij de verzekeringsarts geen psychische klachten heeft genoemd. De verzekeringsarts heeft bij zijn onderzoek geen aanwijzingen voor psychopathologie of persoonlijkheidsproblematiek vastgesteld en evenmin concentratieproblemen. Appellante heeft haar standpunt ook in hoger beroep niet met medische stukken onderbouwd. Hieruit volgt dat de rechtbank terecht het standpunt van het Uwv heeft onderschreven dat appellante op de datum in geding over arbeidsvermogen beschikte.
Rechters
Advocaten
- M.C. Puister
- T. Ertekin
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
