ECLI:NL:CRVB:2020:1589
Centrale Raad van Beroep · 23-07-2020 · zaaknummer 19/2161 AW
Inhoudsindicatie
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de staatssecretaris het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Echter, nu het terugvorderingsbesluit is opgenomen in de salarisspecificatie van augustus 2017, heeft betrokkene reeds met zijn e-mail van 7 september 2017 tijdig bezwaar gemaakt. Nu sprake is van toedoen, geldt in dit geval een termijn van vijf jaar waarin de staatssecretaris bevoegd is om het te veel betaalde wachtgeld terug te vorderen. Het besluit tot terugvordering dateert van augustus 2017 en is dan ook binnen deze termijn genomen. Vordering juist vastgesteld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
