ECLI:NL:CRVB:2020:1512
Centrale Raad van Beroep · 16-07-2020 · zaaknummer 19/3239 MAW
Inhoudsindicatie
Verzocht om een aanvullende vergoeding op grond van artikel 60b van het AMAR voor de beperking van de bewegingsvrijheid vanaf mei 2017 terecht afgewezen. Voor de door de commandant voorgestane strikte uitleg van de van toepassing zijnde artikelen is naar het oordeel van de Raad temeer reden nu het vergoedingenstelsel voor beperkingen in de bewegingsvrijheid, consignatie en overwerk zoals vastgelegd in de VROB een getrapt karakter kent, waarbij een toenemende beperking een toenemende vergoeding kent. Uitgangspunt is dat de meest gepaste consignatievorm wordt gekozen, maar dat vergoedingen niet gecombineerd kunnen worden. De commandant stelt zich terecht op het standpunt dat het beroep dat op appellant werd gedaan niet voortvloeide uit de taakstelling van de krijgsmacht, zodat ook om die reden artikel 60b van het AMAR niet van toepassing is. Dat deze consignatie door appellant is ervaren als een ernstige beperking in zijn bewegingsvrijheid leidt niet tot een ander oordeel, omdat de subjectieve beleving van appellant hierin geen rol mag spelen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
