ECLI:NL:CRVB:2020:1460
Centrale Raad van Beroep · 14-07-2020 · zaaknummer 18/4032 WAO
Inhoudsindicatie
De aanvraag van appellant strekt er ten eerste toe dat het Uwv terugkomt van zijn besluit van 13 februari 2001 voor het verleden. Het Uwv heeft hierop beslist met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. De rechtbank wordt gevolgd in haar oordeel dat het onderzoek van het Uwv zorgvuldig en volledig is geweest, en dat het Uwv terecht heeft geconcludeerd dat niet is gebleken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Awb. De hieraan door de rechtbank ten grondslag gelegde overwegingen, zoals weergegeven in de aangevallen uitspraak, worden onderschreven. Appellant heeft in hoger beroep geen nadere onderbouwing gegeven waarom hij de overwegingen van de rechtbank niet juist acht. Er is geen aanleiding om tot een ander oordeel dan de rechtbank te komen. Het Uwv mocht het verzoek van appellant dan ook afwijzen met verwijzing naar zijn besluit van 13 februari 2001. In wat appellant heeft aangevoerd wordt evenmin aanleiding gezien voor het oordeel dat het bestreden besluit evident onredelijk is. Voor zover de aanvraag van appellant ook inhoudt dat voor de toekomst wordt teruggekomen van het besluit van 13 februari 2001 geeft wat appellant heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat dit besluit onjuist was. De door appellante in bezwaar ingezonden medische informatie biedt daarvoor geen aanknopingspunten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
