ECLI:NL:CRVB:2020:1456
Centrale Raad van Beroep · 08-07-2020 · zaaknummer 18-628 AWBZ
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het zorgkantoor bevoegd was om het pgb voor 2013 en 2014 lager vast te stellen dan het bij de verlening bepaalde bedrag, omdat appellant de aan het pgb verbonden verplichtingen niet is nagekomen. De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en de overwegingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd en verwijst daar naar. Belangenafweging door zorgkantoor, vaste rechtspraak. Anders dan de rechtbank en het zorgkantoor is de Raad met appellant van oordeel dat het zorgkantoor het pgb voor 2013 en 2014 niet in redelijkheid op nihil heeft kunnen vaststellen. Op grond van de stukken kan in redelijkheid worden aangenomen dat [naam moeder] in de gemiddelde behoefte van 8,45 uur aan persoonlijke verzorging per week bij appellant voorzag, en dat voor die zorg een uurtarief van € 20,- was overeengekomen. Gelet ook op wat appellant feitelijk aan [naam moeder] heeft betaald, is voldoende duidelijk dat appellant in ieder geval een bedrag van € 8.788,- van zijn pgb in 2013 en 2014 heeft besteed aan persoonlijke verzorging. Voor zover appellant zijn pgb bij [naam moeder] heeft besteed aan het inkopen van andere zorg is op grond van de stukken onvoldoende duidelijk wat de omvang van die zorg is en ook of die zorg kan worden aangemerkt als AWBZ-zorg. Voor zover appellant zijn pgb heeft besteed aan het inkopen van zorg bij [naam] is op grond van de stukken onvoldoende duidelijk wat de omvang van die zorg is geweest en ook of die zorg kan worden aangemerkt als AWBZ-zorg. De Raad ziet aanleiding uit een oogpunt van definitieve beslechting van het geschil zelf in de zaak te voorzien zoals in het dictum is opgenomen. Voor alle duidelijkheid merkt de Raad nog op dat de aangepaste vaststellingen en terugvorderingen niets afdoen aan de tussen appellant en het zorgkantoor bereikte overeenstemming over de gevrijwaarde bedragen die betrekking hebben op de door [zorgverlener] geleverde zorg. Die vrijwaringen hebben enkel betrekking op de invordering.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
