ECLI:NL:CRVB:2020:1442
Centrale Raad van Beroep · 09-07-2020 · zaaknummer 19/3131 AW
Inhoudsindicatie
Herinrichting Belastingdienst. Appellante heeft kenbaar gemaakt vrijwillig te willen uitstromen onder toekenning van een stimuleringspremie, variant B. De afspraken hierover zijn vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO), die appellante en de directeur [X] van de Belastingdienst hebben getekend op 30 september 2016. Procesbelang gelegen in voornemen schade te vorderen als gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. De Raad is van oordeel dat onaannemelijk is dat appellante schade heeft geleden als gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Onder deze omstandigheden valt niet in te zien dat appellante enig belang heeft bij een oordeel van de Raad over de inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit door de rechtbank. Dit betekent dat de Raad geen oordeel zal geven over de beroepsgronden die hierop betrekking hebben. Het hoger beroep is in zoverre niet‑ontvankelijk. Verder heeft appellante aangevoerd dat de rechtbank de staatssecretaris had moeten veroordelen tot vergoeding van het door haar betaalde griffierecht tot een bedrag van € 170,-. Deze beroepsgrond slaagt. De Raad ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien en te bepalen dat de staatssecretaris het bedrag van € 124,- aan appellante moet betalen. Aanleiding bestaat om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten van appellante in hoger beroep.
Advocaten
- B.J.M. Oenema
- J. Choufoer-van der Wel
- J.P.L.C. Dijkgraaf
- R.M. van Erkelens
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
