ECLI:NL:CRVB:2020:1425
Centrale Raad van Beroep · 08-07-2020 · zaaknummer 18/3769 WIA
Inhoudsindicatie
De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat sprake is van een zorgvuldig medisch onderzoek door de verzekeringsartsen van het Uwv en dat geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de juistheid van de daarbij getrokken conclusies. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellante afdoende besproken en met juistheid geoordeeld dat de desbetreffende gronden niet slagen. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden geheel onderschreven. Het standpunt van appellante dat haar klachten niet serieus zijn genomen volgt de Raad niet. In de FML zijn in alle rubrieken zowel psychische als fysieke beperkingen opgenomen. Nu appellante ook in hoger beroep geen informatie heeft ingebracht die reden kan geven om de juistheid van het medisch standpunt van het Uwv in twijfel te trekken ziet de Raad, evenals de rechtbank, geen aanleiding om een deskundige in te schakelen. De geselecteerde functies zijn in medisch opzicht voor appellante geschikt.
Rechters
Advocaten
- C.M.G. Gubbels
- P.H.M. Hartmans
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
