ECLI:NL:CRVB:2020:1424
Centrale Raad van Beroep · 08-07-2020 · zaaknummer 18/2894 WAJONG
Inhoudsindicatie
De beroepsgronden, dat appellante niet gehouden is de vordering te voldoen, haar bezwaren daartegen ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard en er onvoldoende rekening is gehouden met haar persoonlijke omstandigheden en beperkingen, slagen niet. Dat geldt eveneens voor de beroepsgrond dat de hoogte van de terugvordering onjuist zou zijn. Het besluit tot herziening en terugvordering van 4 januari 2016, dat ten grondslag ligt aan de thans in geding zijnde vordering op appellante, staat immers in rechte vast. Voorts heeft appellante haar stelling dat de hoogte van het ingevorderde bedrag en de vastgestelde aflossingscapaciteit onjuist is op geen enkele wijze onderbouwd. In beroep en in hoger beroep heeft appellante geen gegevens in geding gebracht waaruit de onjuistheid van door het Uwv vastgestelde aflossingscapaciteit blijkt.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
