ECLI:NL:CRVB:2020:1420
Centrale Raad van Beroep · 08-07-2020 · zaaknummer 18/509 WAJONG
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek voldoende zorgvuldig en volledig is geweest. Er zijn geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de artsen van het Uwv niet van (alle) juiste diagnoses zijn uitgegaan. De artsen en arbeidsdeskundigen hebben afdoende gemotiveerd hoe zij tot hun standpunt zijn gekomen dat het ontbreken van arbeidsvermogen bij appellante niet duurzaam is. De in hoger beroep overgelegde aanvullende stukken van de psychiater en de psycholoog van Bavo van 20 juni 2018 en van de medisch adviseur van 21 maart 2019 leiden niet tot een ander oordeel. Deze stukken doen niet af aan de inzichtelijk gemotiveerde verwachtingen zoals die ten tijde van de beoordeling door het Uwv bestonden en aan de inschatting die op grond daarvan is gemaakt. Voor zover de ontwikkelingen nadien volgens appellante aanleiding geven de verwachtingen omtrent haar toekomstige mogelijkheden tot arbeidsparticipatie bij te stellen, is van belang dat artikel 1a:1, tweede lid, van de Wajong de mogelijkheid biedt een verzoek in te dienen om alsnog als jonggehandicapte te worden aangemerkt. Een situatie waarbij de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie duurzaam ontbreken deed zich op 4 april 2016 niet voor.
Advocaten
- I. Alderlieste
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
