ECLI:NL:CRVB:2020:1411
Centrale Raad van Beroep · 08-07-2020 · zaaknummer 18/3727 AWBZ
Inhoudsindicatie
Terugvordering onverschuldigd betaalde voorschotten op grond van artikel 4:95, vierde lid, van de Awb. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het zorgkantoor bevoegd was om het pgb lager vast te stellen dan het bij de verlening bepaalde bedrag omdat appellant de aan het pgb verbonden verplichtingen niet is nagekomen. De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en de overwegingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd en verwijst daar naar. Belangenafweging, vaste rechtspraak. De rechtbank heeft in wat appellant heeft aangevoerd geen aanleiding gezien om te oordelen dat het zorgkantoor niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot het op nihil vaststellen van het pgb gebruik heeft mogen maken. De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en de overwegingen die tot dit oordeel hebben geleid en verwijst daar naar. Ook in hoger beroep heeft appellant niet voldoende aannemelijk en inzichtelijk gemaakt dat het pgb is besteed aan AWBZ-zorg, ook niet voor wat betreft de betalingen aan [X.].
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
