ECLI:NL:CRVB:2020:1359
Centrale Raad van Beroep · 02-07-2020 · zaaknummer 19/686 AW
Inhoudsindicatie
Het nu bestreden besluit waarbij primair het strafontslag uit de vaste aanstelling is gehandhaafd berust op dezelfde beweegredenen als de besluitvorming van destijds, waarbij het gaat om aan appellant verweten ernstig plichtsverzuim, bestaande uit het bij indiensttreding verstrekken van frauduleuze opleidingsgegevens en/of documenten. De Raad komt nu dus alsnog toe aan een inhoudelijk oordeel over het bewuste plichtsverzuim. Appellant heeft bij aanvang van zijn werkzaamheden voor de minister een kopie van een document overgelegd dat, met datering 25 juli 1988, vermeldt dat hij is afgestudeerd in de Sharia (islamitische wetgeving) aan de universiteit van Fes, Marokko. Het onderzoeksrapport van BI&V bevat onder meer een verificatierapport van de Minister van Buitenlandse Zaken, met daarin een verklaring van de decaan van de Faculteit der Sharia Wetenschappen te Fes, Marokko, dat appellant daar nooit ingeschreven heeft gestaan, nooit een studie heeft gevolgd, zijn naam niet is aangetroffen in het rapport van de Examencommissie van het universitair jaar 1987-1988 en dat hij dientengevolge nooit door genoemde faculteit in het bezit is gesteld van enig getuigschrift. De minister heeft appellant verscheidene malen nadrukkelijk de gelegenheid geboden op deze informatie te reageren en/of originele getuigschriften over te leggen. Appellant heeft de bevindingen van het onderzoeksrapport echter niet weten te ontkrachten. Daarmee kunnen de conclusies uit het onderzoeksrapport worden gevolgd en is dus aannemelijk geworden dat appellant de minister bij aanvang van zijn werkzaamheden onjuiste informatie over de door hem genoten opleiding heeft verstrekt. De minister heeft deze handelwijze op goede gronden aangemerkt als zeer ernstig plichtsverzuim. De straf van ontslag is dan ook niet onevenredig aan het plichtsverzuim te achten. De Raad volgt daarbij de rechtbank in haar oordeel dat de oorspronkelijke ingangsdatum 1 januari 2011 gehandhaafd mocht worden. Het hoger beroep slaagt niet.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
