ECLI:NL:CRVB:2020:1357
Centrale Raad van Beroep · 02-07-2020 · zaaknummer 19/1772 AW
Inhoudsindicatie
In hoger beroep is in de visie van appellante sprake geweest van vier in plaats van twee tijdelijke aanstellingen. De Raad onderschrijft dit standpunt niet. De urenomvang van een aanstelling kan gedurende de looptijd van de aanstelling worden gewijzigd zonder dat daardoor een nieuwe aanstelling ontstaat. Dit betekent dat de Raad met de rechtbank uitgaat van twee - en niet van de door appellante gestelde vier - tijdelijke aanstellingen als ambtenaar. De Raad is verder met de rechtbank van oordeel dat gelet op artikel 2:4 van de AGN zoals dat per 1 juli 2015 geldt, geen sprake is van zodanige opvolgende tijdelijke aanstellingen of arbeidsovereenkomsten dat de laatste tijdelijke aanstelling op grond van het tweede, derde of vierde lid van artikel 2:4 van de AGN als een aanstelling voor onbepaalde tijd (vaste aanstelling) heeft te gelden. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank op dit punt volledig en maakt die tot de zijne. Beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.
Rechters
Advocaten
- A.D.J. van Ruyven
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
