ECLI:NL:CRVB:2020:1350
Centrale Raad van Beroep · 01-07-2020 · zaaknummer 19/636 AOW
Inhoudsindicatie
De termijn voor het indienen van bezwaar tegen het besluit van 10 januari 2018 ving aan op 11 januari 2018 en eindigde op 21 februari 2018. De dochter en schoonzoon van appellant hebben ter zitting van de Raad getuigenverklaringen afgelegd. Deze verklaringen leiden, in samenhang met de overige gegevens in het dossier, niet tot de conclusie dat appellant aannemelijk heeft gemaakt dat het bezwaarschrift op 10 februari 2018 ter post is bezorgd. Van een verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding is de Raad niet gebleken. Het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, is juist. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
