ECLI:NL:CRVB:2020:1221
Centrale Raad van Beroep · 05-06-2020 · zaaknummer 18/603 AOW-PV
Inhoudsindicatie
Verzoek om regularisatieovereenkomst Luxemburg en appellant als Rijnvarende over de jaren 2010, 2011 en 2012. Beleid Svb. Discretionaire bevoegdheid. De Raad heeft reeds eerder geoordeeld dat dit beleid niet onredelijk is en dat geen sprake is van het met terugwerkende kracht toepassen van nieuw beleid ten aanzien van het al dan niet meewerken aan regularisatie. Door de in het bestreden besluit genoemde brief van 1 september 2009 moest appellant er meer dan voorheen rekening mee houden dat hij, zolang zijn arbeidssituatie gelijk bleef, verzekerd zou worden geacht voor de Nederlandse socialezekerheidswetgeving en dat premieafdracht in Nederland moest plaatsvinden. Van bijzondere andere omstandigheden, die de Svb aanleiding hadden moeten geven om toch een regularisatieprocedure te starten over de jaren 2010 tot en met 2012, is niet gebleken. De redelijke termijn, die is beperkt tot de fase van het hoger beroep, is met ruim vijf maanden overschreden in de rechterlijke fase. Schadevergoeding en proceskostenvergoeding beroep en hoger beroep.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
