ECLI:NL:CRVB:2020:1214
Centrale Raad van Beroep · 11-06-2020 · zaaknummer 18/2114 ZW
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de conclusie van het Uwv dat met ingang van 3 april 2017 niet alsnog recht op een WIA-uitkering is ontstaan als gevolg van toegenomen beperkingen uit dezelfde oorzaak, zorgvuldig en afdoende is onderbouwd. De rechtbank wordt eveneens gevolgd in wat is overwogen over de medische beoordeling per 16 mei 2017, de datum waarop het ziekengeld is beëindigd. De rechtbank heeft terecht geen aanleiding gezien om te twijfelen aan de bevindingen en conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Er bestaat geen medische indicatie om extra beperkingen aan te nemen. Met de rechtbank wordt ook geoordeeld dat het Uwv voldoende gemotiveerd heeft dat appellant op 16 mei 2017 in staat is een van de geselecteerde functies te verrichten. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe medische informatie overgelegd. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, tast het oordeel van de rechtbank niet aan.
Rechters
Advocaten
- M.H. Klijnstra
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
