ECLI:NL:CRVB:2020:1070
Centrale Raad van Beroep · 06-05-2020 · zaaknummer 19/2057 WIA
Inhoudsindicatie
In geschil is de door het Uwv vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA met ingang van 30 januari 2018. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het bestreden besluit berust op een zorgvuldig medisch onderzoek en dat er geen aanleiding is voor de conclusie dat de beperkingen van appellant niet juist zijn vastgesteld. In de FML van 27 november 2017 zijn deze beperkingen op een inzichtelijke wijze in beeld gebracht. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd kan niet leiden tot het oordeel dat de verzekeringsartsen een onjuist beeld hebben gehad van zijn medische situatie op de datum in geding, 30 januari 2018. Dat appellant meer beperkt moet worden geacht dan door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is aangenomen, vindt geen bevestiging in de aanwezige medische informatie. Ook wordt de rechtbank gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellant geschikt zijn.
Rechters
Advocaten
- P.A.M. Staal
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
