ECLI:NL:CRVB:2020:1048
Centrale Raad van Beroep · 24-04-2020 · zaaknummer 19/893 AW
Inhoudsindicatie
De stelling van de raad van bestuur dat de arbeidsongeschiktheid van betrokkene onafgebroken 104 weken heeft geduurd, slaagt. De Raad is verder, met de rechtbank, van oordeel dat de raad van bestuur had moeten bezien of betrokkene zijn functie had kunnen uitvoeren zonder de reiniging van de endoscopen aan de schone kant uit te voeren. Als dat niet mogelijk was gebleken had de raad van bestuur moeten onderzoeken of betrokkene een andere, passende functie binnen het gezagsbereik van de raad van bestuur, dus binnen het [medisch centrum] , had kunnen worden aangeboden. Nu de raad van bestuur dit heeft nagelaten is niet voldaan aan de in onderdeel c van het tweede lid van artikel 12.10 van de CAO UMC neergelegde voorwaarde voor ontslag. Dit brengt met zich dat de raad van bestuur niet tot het ontslag van betrokkene - en, zoals de rechtbank heeft overwogen, ook niet tot de salariskortingen - had mogen overgaan. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Uit 5.4 volgt dat de Raad onbevoegd is voor wat betreft het beroep van betrokkene. Verder volgt uit 5.5 dat het verzoek van betrokkene om oplegging van een dwangsom als bedoeld in artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb moet worden afgewezen.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
