ECLI:NL:CRVB:2020:1007
Centrale Raad van Beroep · 23-04-2020 · zaaknummer 18/4383 AW
Inhoudsindicatie
De Raad ziet in de omstandigheden van dit geval redenen om de opgelegde disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag onevenredig te achten aan de aard en ernst van het plichtsverzuim. Onberispelijke dienstverband. Vernietiging besluit. De Raad zal zelf in de zaak voorzien en het ontslagbesluit herroepen. Oplegging voorwaardelijk ontslag op grond van de aard en ernst van het plichtsverzuim, onder de bepaling dat die straf niet ten uitvoer wordt gelegd als appellante zich gedurende twee jaar na de datum van deze uitspraak niet opnieuw schuldig maakt aan soortgelijk of enig ander ernstig plichtsverzuim. Geen beëindiging dienstverband maar een dienstverband dat doorloopt tot de datum waarop appellante de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
