ECLI:NL:CRVB:2019:92
Centrale Raad van Beroep · 03-01-2019 · zaaknummer 17/2606 AOW
Inhoudsindicatie
Appellante heeft zelf nooit in Nederland gewoond of gewerkt. Aan de orde is in welke periodes in het tijdvak van 1980 tot en met 1989 appellante moet worden geacht verzekerd te zijn geweest. Er is geen reden om aan te nemen dat het onderzoek van de Svb onzorgvuldig is. Op basis van de gegevens is niet aannemelijk dat de echtgenoot in de periodes in geding in Nederland werkte of woonde of anderszins verzekerd is geweest. In beroep of hoger beroep heeft appellante geen verdere gegevens overgelegd. In dit geval zou de Svb bevoegd (en in beginsel ook verplicht) zijn de hoogte van het AOW-pensioen in overeenstemming te brengen met de verzekerde periodes. Geen terugwerkende kracht toegepast. Gelet daarop is de beslissing van de Svb om het pensioen lager vast te stellen dan op 14% van het maximale pensioen niet in strijd met het verbod van reformatio in peius. Opdracht aan Svb voor nieuw besluit.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
