ECLI:NL:CRVB:2019:884
Centrale Raad van Beroep · 07-03-2019 · zaaknummer 18/4526 AW
Inhoudsindicatie
Terugbetalingsplicht studiekostenvergoeding. Op grond van de stukken en wat appellante ter zitting heeft verklaard, stelt de Raad vast dat appellante in ieder geval nog tot medio 2014 pogingen heeft ondernomen om haar studie af te ronden en dat zij eerst nadien feitelijk met de studie is gestopt. Bij het bepalen van de datum waarop de omstandigheid dat appellante haar studie heeft beëindigd is ingetreden en het daaraan voorafgaande tijdvak van twee jaren, als bedoeld in artikel 3.1.3, tweede lid, aanhef en onder a, van de CAO UMC, dient dan ook uitgegaan te worden van medio 2014. Dit betekent dat het bestuur niet bevoegd was om de in de tijdvakken 1 september 2009 tot 1 september 2010 en van 1 maart 2011 tot 1 september 2011 toegekende studievergoedingen van appellante terug te vorderen, nu dit tijdvakken betreft die zijn gelegen meer dan twee jaren voordat de studie is beëindigd. Voor het standpunt van het bestuur dat de studie geacht moet worden te zijn beëindigd vóór september 2011 is geen steun te vinden in de stukken.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
