ECLI:NL:CRVB:2019:758
Centrale Raad van Beroep · 20-02-2019 · zaaknummer 18/1058 WAO
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft het beroep van appellante ten onrechte niet mede gericht geacht tegen het invorderingsbesluit en de gronden met betrekking tot inhouding van vakantiegeld niet inhoudelijk beoordeeld. Uwv heeft pas ter zitting van de rechtbank het invorderingsbesluit toegelicht, waarna appellante geen inhoudelijke gronden meer aangevoerd tegen de nader toegelichte bedragen noch tegen de verrekening van het vakantiegeld met het bedrag van de terugvordering. Rechtbank heeft terecht geoordeeld dat nu sprake is van een benadelingsbedrag, het Uwv niet had kunnen volstaan met een waarschuwing. Benadelingsbedrag is ruim € 30.000,- en de boete van € 10,- wordt evenredig geacht. Uwv veroordeeld in de proceskosten.
Advocaten
- A.H.G. Boelen
- I. Wudka
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
