ECLI:NL:CRVB:2019:74
Centrale Raad van Beroep · 02-01-2019 · zaaknummer 17/4297 WW
Inhoudsindicatie
Het Uwv appellant in het kader van de zogenoemde startersregeling toestemming verleend om gedurende de periode van 5 maart 2012 tot en met 2 september 2012 met behoud van WW-uitkering zijn eigen bedrijf te beginnen. Uitkering als voorschot. Bij besluit van 16 maart 2016 heeft het Uwv op basis van de definitieve belastingaanslagen vastgesteld dat appellant tijdens de startperiode een te hoog bedrag aan voorschot WW-uitkering heeft ontvangen. Het Uwv heeft bij dit besluit een gedeelte van het verstrekte voorschot, te weten een bedrag van € 11.785,80 bruto, van appellant teruggevorderd. Voor zover het appellant niet duidelijk was wat de precieze voorwaarden van de startperiode inhielden had het op zijn weg gelegen zich nader te (laten) informeren via de werkcoach, de website van het Uwv of bezwaar te maken tegen dat besluit. Dat appellant dit heeft nagelaten moet voor zijn rekening en risico blijven. met de rechtbank geconcludeerd dat appellant had kunnen en moeten weten dat een deel van zijn inkomsten als startende zelfstandige zou worden verrekend met de door hem over de startersperiode ontvangen WW-uitkering.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
