ECLI:NL:CRVB:2019:434
Centrale Raad van Beroep · 07-02-2019 · zaaknummer 18/2827 AW
Inhoudsindicatie
Strafontslag. Bewijs. Onevenredig. Naar het oordeel van de Raad was de korpschef bevoegd appellant een straf op te leggen. De aard en ernst van gedragingen 2 en 3 zijn niet alleen op zichzelf maar ook samen niet zodanig dat zij het opleggen van de (zwaarste) straf van onvoorwaardelijk ontslag kunnen rechtvaardigen. Van belang is dat deze beide gedragingen door de korpschef geheel zijn geplaatst in het kader van de - ten onrechte - aan appellant verweten gedraging 1, die uitsluitend betrekking had op het beweerdelijk besturen van de auto en niet (mede) zag op de situatie en gesteldheid van appellant voorafgaand aan, ten tijde van en korte tijd na het ongeval. Het komt de Raad voor dat hier een lichtere bestraffing op zijn plaats is. Nieuwe beslissing op het bezwaar.
Advocaten
- M. van der Steeg
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
