ECLI:NL:CRVB:2019:4280
Centrale Raad van Beroep · 19-12-2019 · zaaknummer 13/3579 AOW
Inhoudsindicatie
Beslissing beroep door onbevoegde rechtbank. Partijen hebben geen bezwaar. Aangevallen uitspraak als bevoegdelijk gedaan aangemerkt. Arrest van 2 februari 2018 (ECLI:NL:HR:2018:126), mogelijke uitzondering op de toewijzingsregels. Uit Franzen II volgt voor dit geding dat de Svb appellante terecht niet verzekerd heeft geacht over de jaren 2004, 2005 en 2006, omdat zij op grond van Vo 1408/71 is onderworpen aan Duitse wetgeving en zij op grond van artikel 6a, aanhef en onder b, van de AOW daarom is uitgesloten van verzekering voor de AOW. Ook met betrekking tot het tijdvak van 1 januari 2010 tot 1 oktober 2010 heeft de Svb appellante en haar echtgenoot terecht niet verzekerd geacht voor de AOW omdat op grond van Vo 1408/71 en Vo 883/2004 Duitse wetgeving op hen van toepassing was. De echtgenoot van appellante moet alsnog verzekerd worden geacht over de (volledige) jaren 2004, 2005 en 2006. Appellante heeft vanaf 1 oktober 2010 recht op een AOW-pensioen met een korting van 6%. Zij heeft over het tijdvak 1 oktober 2010 tot 1 september 2011 recht op de maximale toeslag, zonder korting. SVB betaalt proceskosten.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
