ECLI:NL:CRVB:2019:4248
Centrale Raad van Beroep · 18-12-2019 · zaaknummer 17/4049 TW
Inhoudsindicatie
Uit het arrest Ҫoban leidt de Raad af dat voor de beoordeling van aanspraken op grond van het associatierecht uitsluitend de situatie van appellant ten tijde van zijn vertrek uit Nederland van belang is. Deze situatie acht de Raad met het oog op de hier aan de orde zijnde rechtsvraag vergelijkbaar met de situatie van Çoban. De Raad concludeert dan ook dat in het geval van appellant artikel 6, eerste lid, van Besluit 3/80, gelezen in samenhang met artikel 59 van het Aanvullend Protocol zich niet verzet tegen een nationale bepaling als artikel 4a van de TW. Het Uwv heeft dan ook op grond van artikel 4a van de TW de toeslag van appellant terecht beëindigd.
Advocaten
- N. Türkkol
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
