ECLI:NL:CRVB:2019:4217
Centrale Raad van Beroep · 19-12-2019 · zaaknummer 18/1729 WW
Inhoudsindicatie
De Raad is van oordeel dat de stelling van het Uwv, dat aan de voorwaarden voor intrekking van de WW-uitkering van betrokkene is voldaan, op onvoldoende feitenonderzoek berust (stap 1). Betrokkene heeft, ook als in aanmerking wordt genomen dat zij haar werkzaamheden in Nederland wat heeft aangedikt, wel aannemelijk gemaakt dat zij in Nederland op regelmatige basis pakketten in ontvangst nam, sorteerde en bij klanten bezorgde (stap 2). Betrokkene is daarom op 1 april 2016 niet, zoals het Uwv stelt, in Nederland volledig werkloos geworden. De WW-uitkering van betrokkene is dan ook ten onrechte beëindigd. Daarmee komt ook de terugvordering te vervallen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
