ECLI:NL:CRVB:2019:4172
Centrale Raad van Beroep · 17-12-2019 · zaaknummer 17-1803 PW
Inhoudsindicatie
Gebruik maken van bevoegdheid tot intrekken en terugvorderen. Strijd met rechtszekerheidsbeginsel. Partijen zijn het inmiddels met elkaar eens dat appellant niet de inlichtingenverplichting heeft geschonden. Appellant heeft namelijk steeds verklaard dat hij samenwoont met X. Dit betekent dat het college op grond van artikel 54, derde lid, tweede volzin, van de PW bevoegd was de bijstand van appellant over de in geding zijnde periode in te trekken en de gemaakte kosten van bijstand op grond van artikel 58, tweede lid, onder a, van de PW van appellant terug te vorderen. Anders dan de rechtbank en het college is de Raad met appellant van oordeel dat hij niet had kunnen begrijpen dat het besluit tot toekenning van bijstand onjuist was. Op zijn aanvraag om bijstand heeft appellant aangegeven dat hij gezamenlijk woont met X. Vervolgens heeft het college op 29 augustus 2014 een gesprek met appellant gevoerd waarbij appellant heeft verklaard dat hij vanaf 11 juni 2014 staat ingeschreven op het adres van X en dat zij daar samenwonen. Hierna hebben twee medewerkers van het college op 25 september 2014 een huisbezoek afgelegd op het uitkeringsadres waarbij zij de woonsituatie van appellant hebben onderzocht. Vervolgens heeft het college bij besluit van 30 september 2014 vanaf 20 juni 2014 bijstand aan appellant verleend naar de norm voor een alleenstaande met een toeslag van 10%. Op 25 juni 2015 heeft het college, naar aanleiding van een bij de Svb binnengekomen fraudemelding over appellant, weer een gesprek met appellant gevoerd en een huisbezoek afgelegd op het uitkeringsadres. Hierna heeft het college de bijstand van appellant onveranderd voortgezet naar de norm voor een alleenstaande en vanaf 1 juli 2015 de kostendelersnorm toegepast. Gelet op de hiervoor weergegeven gang van zaken hoefde appellant er geen rekening mee te houden dat het college de woon- en leefsituatie van appellant alsnog met terugwerkende kracht zou aanmerken als een gezamenlijke huishouding en als gevolg daarvan de bijstand vanaf 20 juni 2014 zou intrekken. Dit betekent dat het college geen gebruik heeft mogen maken van zijn bevoegdheid daartoe.
Advocaten
- M.A. Wellen
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
