ECLI:NL:CRVB:2019:3988
Centrale Raad van Beroep · 11-12-2019 · zaaknummer 17/6008 WW
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering WW-uitkering. Oplegging boete. Appellante heeft gedurende vierentwintig weken in de periode van 2 maart 2015 tot en met 21 februari 2016 in het buitenland verbleven anders dan wegens vakantie en had daarom over deze weken geen recht op een WW-uitkering. De boete van € 5.110,- is niet in overeenstemming met het Besluit socialezekerheidswetten in combinatie met artikel 5:46, vierde lid, van de Awb. De Raad stelt de boete vast op € 5.109,15.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
