ECLI:NL:CRVB:2019:3610
Centrale Raad van Beroep · 06-11-2019 · zaaknummer 17/5991 WMO15
Inhoudsindicatie
De Raad is van oordeel dat appellant voldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling. Bestreden besluit 2 wordt in de beoordeling betrokken. Tussen partijen is niet meer in geschil dat een verhuisprimaat geldt. Uit de overgelegde algemene offerte van een woninginrichter blijkt niet dat daarbij is uitgegaan van de goedkoopst adequate oplossingen voor de inrichting van de woning in dit specifieke geval. Hierdoor is niet gebleken dat het college met de forfaitaire vergoeding van € 2.500,- voor de verhuis- en inrichtingskosten in dit geval geen passende bijdrage heeft geleverd, als bedoeld in artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
