ECLI:NL:CRVB:2019:3607
Centrale Raad van Beroep · 14-11-2019 · zaaknummer 17-5601 AOW
Inhoudsindicatie
In de periode van 7 juli 1986, toen appellante in dienst trad van het [werkgever], tot 1 juni 1991, toen zij een AWW-uitkering ging ontvangen, was haar enige bron van inkomsten het salaris van het [werkgever]. Appellante was vrijgesteld van de verplichte verzekering en dus ook van het voldoen van premies volksverzekeringen. Met betrekking tot de periode van 1 juni 1991 tot 1 januari 1999 geldt dat appellante, naast het salaris van het [werkgever], ook een AWW- en later een ANW-uitkering ontving. In deze periode volgde uit de van toepassing zijnde wet- en regelgeving dat het ontvangen van deze uitkering niet betekende dat appellante verplicht verzekerd was voor de volksverzekeringen, gezien haar positie bij het [werkgever]. Kennelijk zijn toen wel premies volksverzekeringen ingehouden op AWW- en ANW-uitkering van appellante, maar volgens de Svb zijn de – ten onrechte – ingehouden premies terugbetaald of verrekend door de Belastingdienst. Aan appellante om bewijs te leveren voor de stelling dat zij wel daadwerkelijk premies volksverzekeringen heeft betaald in deze periode. De gegevens van de Belastingdienst wijzen erop dat, voor zover er wel premies zijn ingehouden op de AWW- dan wel ANW-uitkering, deze zijn terugbetaald of verrekend door de Belastingdienst. Beroep terecht ongegrond verklaard.
Rechters
Advocaten
- C.S. Ganga
- L. Kuijper
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
