ECLI:NL:CRVB:2019:3482
Centrale Raad van Beroep · 05-11-2019 · zaaknummer 18/2412 PW
Inhoudsindicatie
De Raad heeft geoordeeld dat appellante aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten tijde van de aanvraag om bijstand van 29 september 2016 in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Hierdoor was de aanvraag van 21 november 2016 achteraf bezien overbodig. De uitspraak in de zaak 18/2413 PW heeft immers mede tot gevolg dat appellante ook in de hier te beoordelen periode in beginsel recht heeft op bijstand. Aan het bestreden besluit, waarbij de afwijzing en terugvordering, vervat in de besluiten 1, respectievelijk 2, zijn gehandhaafd, ontvalt daarom de grondslag. Vernietiging besluit. Vernietiging uitspraak. De Raad ziet tevens aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door de besluiten 1 en 2 te herroepen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
