ECLI:NL:CRVB:2019:3245
Centrale Raad van Beroep · 03-10-2019 · zaaknummer 17/8156 WAO
Inhoudsindicatie
Aanvraag om een WAO uitkering ten onrechte buiten behandeling gesteld. De Raad voorziet zelf in de zaak door de aanvraag van appellant om een WAO uitkering af te wijzen. Vastgesteld moet worden dat het besluit is genomen buiten de termijn van vier weken als bedoeld in artikel 4:5, vierde lid, van de Awb. Het Uwv was op dat moment niet meer bevoegd om de aanvraag met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb buiten behandeling te stellen. Een inhoudelijke beslissing op die aanvraag was dan ook aangewezen. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Uit Suwinet is niet gebleken dat appellant op enig moment in Nederland heeft gewoond of gewerkt of een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering heeft ontvangen. Onvoldoende aanknopingspunten voor een zinvol onderzoek door het Uwv naar een eventuele verzekering in het verleden van appellant krachtens de WAO.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
