ECLI:NL:CRVB:2019:3176
Centrale Raad van Beroep · 26-09-2019 · zaaknummer 16/5444 WAJONG
Inhoudsindicatie
Gelet op de onderzoeksbevindingen van de deskundige wordt geconcludeerd dat bij appellant vanaf 2 juni 2015 sprake is van de situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen, zodat hij duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Gelet op het bepaalde in artikel 1a:1, eerste lid, aanhef en onder a, en vierde lid van de Wajong heeft appellant daarom vanaf 2 juni 2015 recht op een Wajong‑uitkering. Vernietiging uitspraak. De Raad zal zelf in de zaak voorzien door het bezwaar van appellant gegrond te verklaren en te bepalen dat appellant met ingang van 2 juni 2015 recht heeft op een Wajong-uitkering. Het besluit van 18 maart 2015 wordt herroepen.
Advocaten
- G. Eijkelenberg
- G. Nijmeijer
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
