ECLI:NL:CRVB:2019:2867
Centrale Raad van Beroep · 21-08-2019 · zaaknummer 18/4583 WW
Inhoudsindicatie
De beroepsgrond dat sprake is van zeer bijzondere omstandigheden die zouden moeten leiden tot het buiten toepassing laten van de uitsluitingsgrond van artikel 19, eerste lid, aanhef en onder e, van de WW slaagt niet. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat van bijzondere omstandigheden als bedoeld in de door haar genoemde rechtspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2014:3679) geen sprake is. Dat de ratio van de uitsluitingsgrond is dat iemand die verblijf houdt in het buitenland in het algemeen niet beschikbaar is voor de Nederlandse arbeidsmarkt en het verrichten van sollicitatieactiviteiten in Nederland en dat appellante tijdens haar verblijf in Gambia wel beschikbaar was voor de Nederlandse arbeidsmarkt en het verrichten van sollicitatieactiviteiten maakt, wat daarvan ook zij, niet dat toepassing van deze dwingendrechtelijke bepaling uit de WW geen rechtsplicht meer kan zijn. Hetzelfde geldt voor het feit dat zij in Gambia nuttig vrijwilligerswerk heeft verricht.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
