ECLI:NL:CRVB:2019:2809
Centrale Raad van Beroep · 22-08-2019 · zaaknummer 18/3873 AW
Inhoudsindicatie
Voorwaardelijk ontslag terecht ten uitvoer gelegd. Appellant is in de periode van 30 september 2016 tot en met 25 november 2016 acht keer te laat op het werk is verschenen. Dit betreft soortgelijk plichtsverzuim als het plichtsverzuim dat mede aan het voorwaardelijk ontslagbesluit van 12 november 2015 ten grondslag heeft gelegen en dit komt in strijd met de eerste bijzondere voorwaarde die bij dat besluit is gesteld. Hiermee is de voorwaarde voor tenuitvoerlegging van het strafontslag vervuld. In de medische gegevens zijn geen aanknopingspunten gevonden dat dit plichtsverzuim appellant niet kan worden toegerekend. Het college was bevoegd het voorwaardelijk strafontslag ten uitvoer te leggen. Ook overigens is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het college had moeten afzien van de tenuitvoerlegging hiervan.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
