ECLI:NL:CRVB:2019:2631
Centrale Raad van Beroep · 07-08-2019 · zaaknummer 17/6274 WW
Inhoudsindicatie
Met de door appellant overgelegde (tweede) overeenkomst van 19 augustus 2016, door appellant geduid als arbeidsovereenkomst, heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij en [bedrijf 1] hebben beoogd een arbeidsovereenkomst te sluiten. In deze overeenkomst ontbreken essentiële onderdelen voor de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst. Verder is deze overeenkomst gesloten tussen twee bedrijven en bevat de overeenkomst bepalingen over te verrichten werkzaamheden die niet duiden op door appellant binnen een arbeidsovereenkomst te verrichten werkzaamheden. Ook de feitelijke invulling van de tussen appellant en [bedrijf 1] gesloten overeenkomst duidt niet op het bestaan van een arbeidsovereenkomst, nu van het bestaan van een gezagsverhouding niet is gebleken. De stelling van appellant dat sprake was van een gezagsverhouding, heeft hij niet aannemelijk gemaakt. Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking. Geen werknemer in de zin van de WW.
Advocaten
- T.P. Boer
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
